Gebarentaal :: Les 2 :: Tellen

handalfabet

Vandaag ga je leren tellen in de Nederlandse Gebarentaal. Van nul tot en met honderd.


Met één hand

Je kunt dus van nul tot honderd op één hand tellen zoals je op het filmpje hebt kunnen zien. Bij het gebaar maak je tegelijk ook met je mond het mondbeeld van het getal; je playbackt eigenlijk het getal. Zorg er daarom ook voor dat je de gebaren niet voor je mond maakt, de lipbeweging is onderdeel van het gebaar en moet goed afgelezen kunnen worden.

Ik tel in het filmpje van nul tot dertig en daarna gebaar ik de resterende tientallen. De dubbele nummers (33, 44, 55, 66, 77, 88, 99) worden op dezelde manier als tweeëntwintig gemaakt, met een heen-en-weer gaande beweging van het getal.

Nog vragen? Succes met oefenen!

Opbouw van gebaren

Net als woorden in gesproken talen zijn opgebouwd uit (vaak betekenisloze) klanken, zijn gebaren in gebarentalen opgebouwd uit kleinere onderdelen. Grofweg kan gezegd worden dat gebaren zijn opgebouwd uit vijf onderdelen:

  • de plaats voor of op het lichaam waar het gebaar wordt gemaakt;
  • de handvorm;
  • de richting waarin de handpalm en de vingers wijzen;
  • de beweging die de handen maken (bijv. draaiend, op/ neer, slaand/ strijkend);
  • het non-manuele deel (lipbeweging, gezichtsuitdrukking of lichaamstaal).

Gebarentaal wordt vaak ondersteund door de mondbewegingen, die soms gerelateerd zijn aan woorden van de gesproken taal die in hetzelfde gebied wordt gebruikt. Soms is er echter geen relatie met de gesproken taal.

Gebruik van de ruimte

Een bijzondere constructie die in veel gebarentalen voorkomt is het koppelen van een plek in de (gebaren)ruimte (“locatie” genaamd) aan een persoon, dier, voorwerp of idee. Dergelijke locaties worden gebruikt door ernaar te wijzen wanneer men het over de personen e.d. heeft die aan de locaties zijn gekoppeld. Dit is vergelijkbaar met voornaamwoorden in gesproken talen.

Veel gebarentalen hebben een (kleine) groep werkwoorden die ook gebruik kan maken van locaties in de gebarenruimte. Zo kan een werkwoord, in plaats van vóór het lichaam, gemaakt worden op een bepaalde locatie in de gebarenruimte en sommige werkwoorden kunnen bewegen tussen 2 locaties. In gebarentalencursussen wordt veel aandacht besteed aan het gebruik van de ruimte.

Tip bij het leren van getallen in gebarentaal: steeds als je ergens een getal ziet staan, maak je het bijbehorende gebaar (deze tip is niet geschikt voor boekhouders en tijdens de les wiskunde ;-). Bijvoorbeeld het nummer van de bus, de tijd op je wekker, magnetron, huisnummers, nummerborden, op de kassa.

Oefen ook in de spiegel de getallen die bij jou horen: je leeftijd, telefoonnummer, huisnummer, leeftijd van je partner/kinderen. Alvast handig wanneer je je straks in gebarentaal gaat voorstellen!

Deze les maakt deel uit van de minicursus gebarentaal, de andere lessen vind je hier.

10 Reacties

    • Hoi Amira, het is ook moeilijk. En veel: meteen tot honderd tellen! Verwacht niet dat je het na één keer al hebt onthouden. Je kunt het in stukjes instuderen. Eerst 0 – 10. Als dat erin zit 11 – 20, daarna 21 – 30 en daarna de tientallen. Als je met de minicursus meedoet kun je steeds de vorige filmpjes nog eens bekijken, bijvoorbeeld op maandag-gebarendag ;-) Dan heb je op het eind van de minicursus minstens negen keer het filmpje over tellen gezien. Je merkt dan dat je steeds meer gaat herkennen en mee kunt doen. Veel succes en plezier!

      Reply
  1. bedankt ga ik zeker doen vind het echt heel leuk dat je dit doet. Ik denk dat ik de filmpjes gewoon elke dag even ga bekijken als ik tijd heb.
    Zijn de gebaren in andere talen eigenlijk verschillend? Ik woon in Brussel dus ik vraag me af of de kinderen in Brussel dan Nederlandse en Franse gebarentaal leren.

    Reply
  2. Ja, da’s inderdaad anders dan de Nederlandse gebarentaal. (In de eerste les schreef ik daar een stukje over, in het kader) Je hebt de Vlaamse Gebarentaal (Vlaanderen) en Frans-Belgische Gebarentaal (Wallonië). Dus die zijn beide weer anders dan de Nederlandse gebarentaal. Eigenlijk zou ik voor mijn vlaamse lezers ook de VGT moeten behandelen…maar dan zou ik die taal wel eerst zelf moeten leren.

    Reply
  3. he zus! Ik vroeg me af hoe jij je pink zo kan buigen dat de ringvinger niet mee naar beneden wordt getrokken! De 4, de 9 en de 90 worden door mijn niet zelfstandige pink meer een 4,5 etc :)

    Reply
    • Ha Gems, ik denk wel dat het scheelt dat ik piano speel. En ik heb natuurlijk ook al vaker geoefend met de gebaren. En wanneer je vingers niet helemaal duidelijk zijn, helpt het mondbeeld ook nog. Dus dan is het in de meeste gevallen toch wel duidelijk welk nummer je gebaart. Die pink is wel iets waar meer mensen moeite mee hebben hoor! Succes met oefenen!

      Reply
    • Hoi Ilja, goede vraag! Ik gebaar met rechts, maar neem de filmpjes met Photo Booth (mac) op en die filmt in spiegelbeeld. (ik heb dat nav jouw vraag nu wel veranderd, de komende filmpjes zul je dus zien dat ik met rechts gebaar) Je kunt de gebaren maken met de voorkeurshand. Het maakt niet uit of dat met links of met rechts is, maar je gebruikt dan wel consequent die hand voor je gebaren.

      Reply
  4. Heeey,

    super leuk dit, me maat en ik gaan je curus nu volgen en zijn al bij vid 2. harstikke leuk dat je dit doet en super bedankt :D

    Reply

Laat een reactie achter bij Suzette Reactie annuleren