Gebarentaal :: les 5 :: Handalfabet

handalfabet

Zie je wel eens het journaal met een tolk gebarentaal? Dan zal het je misschien ook opgevallen zijn dat ze soms heel snel hun vingers bewegen zo ongeveer naast hun hoofd. Dat is vingerspellen.

Het gaat voor mij vaak veel te snel. Dan krijg ik de eerste en de laatste letter mee…en probeer dan van de mond af te lezen wat er net gespeld is. (Om te oefenen met gebarentaal kijk ik vaak het jeugdjournaal met tolk gebarentaal – en zet het geluid dan uit.)

Elke letter van het alfabet kan met een handvorm – soms gecombineerd met een beweging – aangeduid worden. Je kunt dan namen spellen, afkortingen of woorden waar geen gebaar voor is (of in mijn geval: waar ik het gebaar niet van ken).

Printen

Hieronder het handalfabet in plaatjes (handig om uit te printen op een klein kaartje, kun je steeds even spieken). Hier vond ik het handalfabet als pdf, om op A4 uit te printen.

Uitgebeeld

Een handalfabet of vingeralfabet is een verzameling gebaren waarmee alle letters van een alfabet worden uitgebeeld. Het spellen van woorden met behulp van de gebaren uit het handalfabet wordt vingerspelling genoemd.

Vingerspelling wordt in gebarentaal gebruikt voor woorden en namen waar nog geen gebaar voor bestaat, of als een van de gesprekspartners het gebaar nog niet kent. Het kan ook worden gebruikt voor het benadrukken of verduidelijken van afkortingen, termen of eigennamen.

Niet internationaal

Net zoals de gebarentaal is het handalfabet niet internationaal. Elk land heeft dus ook zijn eigen handalfabet.

Waar moet je op letten

De regels voor het spellen met het handalfabet (vingerspellen) zijn als volgt:

– Vingerspellen doe je met één hand. Het maakt niet uit of dat de rechter- of de linkerhand is.
– Houd de hand ontspannen op schouderhoogte met de handpalm naar je gesprekspartner(s) gericht.
– Je vormt de letter door alleen je vingers te bewegen. Je houdt je arm op dezelfde plaats. Beweeg dus niet bij elke letter je hand naar voren
– Als je twee dezelfde letters achter elkaar hebt, bijvoorbeeld bij S-U-Z-E-T-T-E  (twee T’s achter elkaar) maak je het gebaar van de T en beweegt je hand zijwaarts.
– Spel de letters in combinaties van lettergrepen en houdt tussen verschillende woorden een korte pauze. Spel dus ‘AM-STER-DAM’ en ‘AL-FA-BET’.
– Spreek bij het spellen ook altijd het woord uit. Doe dit op dezelfde manier als het spellen zelf. Zeg dus ‘Jan’ in plaats van ‘J-A-N’ en ‘Am-ster-dam’ in plaats van ‘A-M-S-T-E-R-D-A-M’.

Tip van deze week is heel simpel:…oefenen, oefenen, oefenen! Het is trouwens veel gemakkelijk om zelf te vingerspellen dan om het af te lezen. Ken je nog iemand die kan vingerspellen? Oefen dan samen met om de beurt vingerspellen en aflezen.

Volgende week: gaan we alles herhalen wat we tot nu toe gedaan hebben. Je leert zinnen maken en jezelf voorstellen met alle gebaren die je al geleerd hebt. Én er komt een leuke huiswerkopdracht aan…

Deze les maakt deel uit van de minicursus gebarentaal, de andere lessen vind je hier.

5 Reacties

  1. Hoi Suzette!

    Ik kijk nu voor het eerst je filmpjes over gebarentaal, wat ontzettend mooi is dat. Ik ben het een beetje aan het oefenen met mijn naam, maar hoe geef je de ij aan? eerst de i, korte pauze en dan de j? Is dat duidelijk genoeg?

    Superleuke site verder!

    Groetjes Willemijn

    Reply
  2. Hoi Willemijn, de IJ geef je aan met de Y. En als je het voor wilt spellen als iemand het opschrijft zou je beter eerst de I en dan de J kunnen doen denk ik.
    Veel plezier verder met de minicursus!

    Reply
  3. Hey,
    Dit is zeer nuttig, maar ik wou vragen of het iets uitmaakt of ik jouw N gebruik of de N op het plaatje

    Groetjesss

    Reply
    • Hoi Alana, die is eigenlijk hetzelfde… Misschien is het goed als je nog meer voorbeelden van het handalfabet bekijkt, dan krijg je een beter beeld dan als je het van 1 persoon leert. Succes ermee!

      Reply

Laat je reactie achter