Met een gouden randje

Immerloo 13

Immerloo 10

Ik zat met mijn rug tegen een grote boom met warme bast. Tegen de zon inkijkend en op een bergje vochtige bladeren. Ik zag mijn jongens bovenop de heuvel tikkertje doen, af en toe zwaaiden ze.

Ik dacht aan hoe dit zo’n moment was waar ik over fantaseerde toen ik van Jippe in verwachting was. Eén van de romantische beelden die ik voor ogen had: van een afstandje kijkend naar mijn kinderen die in het gouden licht van de herfstzon speelden.

Ik tel mijn zegeningen. Lees verder