Van wie is dit jasje?

Van Pippe natuurlijk (zoals hij zichzelf consequent blijft noemen).

We zijn nu aan het oefenen met ‘jouw’ en ‘mijn’. Dat gaat dan ongeveer zo:

Ik: Heeft mama jouw naam op je jas gemaakt.
Jippe: Jaaa! Met tetters a, b, t
Ik: Nee, met de J van Jippe, van jouw naam
Jippe: Nee, míjn naam
Ik: Ja, jóuw naam
Jippe: Nee, míjn naam
Ik: Ja, met Jippe erop
Jippe: Met tetters!
Ik: Ja, dat is jouw naam
Jippe: Nee, jóuw naam
Ik: Nee mama heet…
Jippe: Tutet!
Ik: Ja, klopt. En Jippe heet…?
Jippe: Pippe!

2 Reacties

Laat je reactie achter